Fijne momenten in Venetie
Het duurde even voor ik van Venetië ging houden. Misschien had het iets te maken met mijn vermoeidheid, de lange reis en het druilige weer. Of misschien was ik gewoon op de verkeerde plek. Nadat de zon was ondergegaan en ik mijn buikje had rondgegeten, zag ik Venetië -letterlijk en figuurlijk- in een heel ander licht. We liepen langs de kronkelige grachten, langs de typisch Italiaanse huisjes. Het licht van de lantaarns scheen zwakjes over de straten en weerspiegelde in het water, zowel van de plassen op straat als in het water van de gracht. De straten waren bijna leeg. Hier en daar liep een stelletje hand in hand, en achter sommige deuren hoorden we het warme geluid van geroezemoes en gezelligheid.
Zo ook achter een deur van een enorm gebouw. De hoge, ronde deuren stonden wagenwijd open en het klonk alsof er een feestje aan de gang was. ‘Kom, we gaan kijken,’ hoorde ik iemand ineens enthousiast in mijn oor fluisteren. Het impulsieve in mij werd meteen wakker. Ze pakte m’n hand en samen liepen we, over het bruggetje, naar de ingang. We liepen de trap op naar een ruimte die volgens de bordjes de ‘Mirror Room’ moest heten, een beetje angstig over wat we aan zouden treffen. Het geluid van de stemmen werd steeds harder. Daar stonden ze. Zo’n 50 man, borrelend in een prachtige zaal vol mozaïek en wandschilderingen. Iedereen zodanig gekleed dat het hart van elke kledingliefhebber iets harder ging kloppen. Hier en daar hing nog eens een extra, zeer modern, schilderij, hoewel ze bijna wegvielen in de prachtige ruimte. De opening van een kunstexpositie. Dat zou het vast zijn. Voorzichtig slopen we weer de trap af en verlieten we het gebouw. Wie had verwacht dat er achter zo’n gevel, zo’n prachtige zaal verborgen zou zijn?

‘Je hebt volgens mij niet eens vogelvoer nodig om een duif op je arm te krijgen,’ hij kijkt me lachend aan. ‘Je maakt me nieuwsgierig,’ ik kijk hem schuin aan met een uitdagende glimlach. Direct strekt hij beide armen uit, als een boegbeeld op de Titanic. Op de achtergrond begint precies op dat moment het gezang van de buitenmis. De film komt bijna tot leven. Ik begin het net voor me te zien als de eerste duif naar zijn arm vliegt. Zijn grote blauwe ogen kijken me triomfantelijk aan. ‘Zie je wel?’, lijken ze te zeggen. Door de zoeker van mijn camera kijk ik naar hem. Ik zie meer duiven volgen en niet alleen zijn arm, maar ook zijn nek moet er aan geloven. Hij probeert zo stil mogelijk te blijven staan, en forceert tegelijkertijd zijn nek in bochten om te voorkomen dat de duiven in zijn oor pikken. Het is lang geleden dat ik zo’n oprechte lach op zijn gezicht heb gezien. En dat maakt me warm van binnen.

We liepen door de straten van Venetië, langs de grachten met hoogstaand water en over de bruggetjes. Het had vannacht geregend en het water klotste over de randen van de grachten de straat op. ‘Wat ben ik blij dat we regenlaarzen bij ons hebben!’ zei m’n vader, ‘had ik je al bedankt voor de tip King?’ Ik moest glimlachen. ‘Ja, zo zie je toch maar weer hoe handig een blog kan zijn,’ antwoordde ik en in gedachte bedankte ik Marah’s stukje. Het duurde niet lang voor we het eerste ondergelopen steegje tegen kwamen en we nog even met de neus op het feit werden gedrukt dat er maar 2 paar laarzen in het koffer pasten en we met z’n drieën waren. ‘Wat rot zeg!’ Het sarcasme droop er af. ‘Nu moet ik wel op papa’s rug,’ vervolgde ik, terwijl ik vrolijk naar mijn vans keek. Omstanders keken jaloers naar de regenlaarzen en naar de rug van mijn vader, waar ik vloeiend op sprong. Hun gelach stierf langzaam weg toen de laarzen die mijn moeder droeg (eigenlijk de mijne) lek bleken te zijn. Wat had ik toch geluk!


Venezia, ti amo
Ik had geen verwachtingen van Venetië, geen voorstelling van hoe het zou zijn. Elk straatje is fotogeniek, elke gondel(ier) tovert weer een glimlach op je gezicht. Zij die van Italië houdt, kan onmogelijk haar hart niet in Venetië verliezen. Het is een stad van de liefde, niet omdat je het met een geliefde moet meemaken, maar omdat je daar je hart zal verliezen. En dan niet zozeer aan knappe Italianen. Venetië is echt zo’n stad waar je 700 jaar geleden had willen lopen, toen er amper bruggen waren en je je via gondeliers moest verplaatsen. Toen de theaters druk bezocht werden en de maskers meer dan alleen een toeristisch aandenken waren.


Op naar Venetie!
Vandaag geen friday favorites, maar een kleine vooruitblik voor komende week. Want, dames en heren, over acht uur heb ik ein-de-lijk vakantie. En om het nog beter te maken: over vierentwintig uur stap ik in het vliegtuig naar Venetië! De stad van het water, de gondels, de liefde en het geluk. En dat terwijl ik een week geleden nog in de veronderstelling was dat ik de hele week thuis zou zijn. Eindelijk even met mijn hoofd er tussen uit, even niet aan school of mijn scriptie hoeven denken en gewoon lekker genieten van het ontdekken van een nieuwe stad. Die vierentwintig uur kan nu niet snel genoeg gaan…


Hebben jullie nog tips voor me van wat ik echt moet zien daar?











